
Kun je aanwezig zijn zonder aanwezig te zijn?
Deze titel lijkt een tegenstrijdigheid. in zich te hebben, maar is dit zo of ligt dit toch ietwat genuanceerder?
Enige tijd geleden hoorde ik op Instagram een geweldige song van Owen James. Wow, zijn diepe donkere stem raakte mij. Wat mij vooral triggerde was de eerste zin “I don’t talk just to fill the air”.
“I dont talk just to fill the air’”
Deze zin riep bij mij de nodige associaties op. Het komt geregeld voor dat ik getuige ben van gesprekken, zoals ik het ervaar, waarin gepraat wordt om het praten, waar er eigenlijk niets wezenlijks wordt verteld of gedeeld. Er valt nauwelijks tot nooit een stilte en als die al valt, wordt deze direct weer opgevuld. Ook worden er nauwelijks vragen gesteld om achterliggende gedachtegangen te begrijpen, om te begrijpen waar het vandaan komt wat gezegd wordt.
Naar mijn waarneming wordt er in dat soort gesprekken vaak ook slecht geluisterd. Ik zie dan een persoon al ‘wippen op de stoel’, zo graag wil die persoon iets zeggen en het gebeurt dan ook dat personen in zo’n gesprek elkaar onderbreken en niet laten uitpraten. Wat er dan vaak ook gebeurd is dat het geluidsvolume omhoog en omhoog gaat; om maar gehoord te worden.
Sommigen noemen dit conversatiegedrag ‘enthousiasme’. Voor mij heeft het eerder en meer te maken met een zucht naar erkenning, in de betekenis van een bevestiging ‘ik ben oké’ en 'zie mij'. Vermoedelijk ligt daaronder een gevoel van zich niet gezien en gehoord voelen of één van de andere varianten van ‘ik ben niet oké’. Dit herken ik ook van mezelf, mede omdat ik dit zelf - in bepaalde gesprekken - ook zo deed.
Hoe dan ook, ik merk dat ik nu meer open – ongekleurd en oningevuld – luister naar wat de ander echt zegt of bedoelt. Wat ik ook merk is dat ik de ander wel hoor, maar even de tijd – een korte pauze – neem om te laten doordringen wat zegt of bedoelt de ander nu precies of echt? Er is klaarblijkelijk een gevoelscomponent bijgekomen en daarbij zijn de uitgesproken woorden niet de enige informatie.
Nu en vooral na mijn twee herseninfarcten bijna 9 jaar geleden, valt het anderen op dat ik ‘meer tijd’ nodig lijk te hebben om wat een ander zegt door te laten dringen. Soms word ik dan op zo’n manier aangekeken, alsof ik het niet begrijp wat wordt gezegd. Dit wordt dan niet uitgesproken. Wat ook kan meespelen, is dat ik neurologisch gezien misschien wat meer tijd nodig heb om al die informatie wat diepgaander te verwerken. Dit betekent ook dat ik duidelijker en transparanter mag zijn in hoe dit voor mij werkt.
Zelf laat ik nu meer doordringen wat een ander zegt, wat een ander echt zegt. Klaarblijkelijk is zo luisteren een kwaliteit van mij, het hoort bij wie ik ben. Het gaat dan niet alleen om de gesproken woorden, maar ook om wat die woorden in mij teweegbrengen. Het brengt meer diepgang en verrijkt de uitwisseling. Op deze manier gaan voor mij gesprekken ergens over.
Als ik dit in communicatietermen uitdruk is het ene ‘praten tegen elkaar’ en het andere ‘praten met elkaar’. Horen versus luisteren. Een discussie versus een gesprek. Een gesprek een uitwisseling, een heen en weer gaande beweging, van informatie – inzichten, gedachten, gevoelens – waarin niets wordt vastgezet. En dit alles begint met aandacht en dus aanwezigheid; aanwezig zijn.
Aanwezigheid versus aanwezigheid
Soms wordt van iemand die het hoogste woord heeft gezegd “zo, die is aanwezig!”. Maar is die persoon wel echt aanwezig.
Al dat innerlijk werk van de laatste decennia heeft er mede toe geleid dat ik mijn aandacht nu meer en meer richt op gewaarzijn en opmerken wat er in mij gebeurd, wat er in mij wordt getriggerd. En als ik dan even in iets getriggerd wordt, ik dit dan opmerk en om dan toch gecentreerd bij mezelf te blijven. Hierdoor ben ik ook meer gewaar en merk ik ook meer op wat er in mijn omgeving gebeurd.
Daar waar ik voorheen vooral mee ging in de dynamiek van ‘zie mij, hoor mij, erken mij’ is het mijn intentie om nu vooral gecentreerd en verbonden te blijven. Ik heb die bevestiging dat ik oké ben, dat ik er mag zijn zoals ik ben nu niet meer nodig.
De kunst van onderscheiden
Zo'n transformatie is een proces en op het moment dat ik voel dat ik - gecentreerd en afgestemd - aanwezig, dan pas kan ik opmerken of ik deelneem vanuit mijn authentieke zelf (Zijn) of reageer vanuit mijn getriggerd zijn (Niet-Zijn). Ik heb dan een keuze.
Het is dus de kunst om te kunnen onderscheiden vanuit welke aanwezigheid ik – of je – aanwezig ben, vanuit zijn of vanuit niet-zijn.
-----
Tot slot richt ik mij tot Het Zelf en het bewustzijn van de spirituele psychologie. Wat is er te zeggen over ‘aanwezigheid’.
Eindelijk, daar ben je weer. Je was in je sporadische aanwezigheid dikwijls afwezig. Zo, dit even als binnenkomer. Nu weet je dat je dit niet vanuit je conditionering of vanuit wat je denkt en wat je misschien ooit gelezen hebt.
Ja, je was afwezig in je aanwezigheid. We voelen dat je dit begrijpt in de zin dat je voelt wat we bedoelen. Toch even wat uitleg en nuancering.
Aanwezigheid, is een prachtige staat van Zijn. En je weet dat Zijn gaat over niet Niet-Zijn. We schrijven dit zo, niet om je te verwarren, maar om je denken nog iets verder los te weken, zodat wij makkelijker door kunnen komen.
Aanwezigheid is kort gezegd bewustzijn van wat nu in je beweegt of wil bewegen. Je denkt nu ‘bewust zijn’ of bewustzijn’ in wat nu in je beweegt of wil bewegen. Dat is een nuance die juist wel voor verwarring zorgt. Laat die maar even z’n weg vinden, dan vind je je antwoord wel of die twee zienswijzen aan elkaar gelijk zijn of dat ze van elkaar verschillen.
Aanwezigheid impliceert ook dat je opmerkt wat er nu in je beweegt of wil bewegen. En daarin zat jij nog wat vast. Je merkt weliswaar op wat er in je beweegt, wat er is getriggerd, maar bleef daar teveel in hangen. Je bleef te veel onderzoeken, analyseren om te willen begrijpen en dat is precies wat je uit je aanwezigheid haalt. Zodra je je bewust bent van wat in jou wil bewegen, handel je je daar vaak niet naar. Je merkt dit op en daarmee stopt het. En dat is nou net het kantelpunt, het doorbraakpunt om echt aanwezig te zijn.
Je hoeft niet meer op zoektocht te gaan wat daar nu dwarszit. In die zin is het simpel, je volgt de innerlijke beweging of je volgt deze niet. We voelen je ‘ja, maar’. Vergeet die. Het is je al vaker gevraagd en gezegd, ‘doe’. GEWOON DOEN.
Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat niet beweegt in jou dat is wat beweegt in jou. Je voelt de onlogica als we het zo stellen. Iets anders verwoord zou je ook kunnen zeggen dat wat niet beweegt in jou om aandacht vraagt. Maar weet, dat die zienswijze en benadering je uit je aanwezigheid haalt. Je maakt jezelf dan afwezig en zo houd jij jezelf vast in die onderzoeksloop.
Kortom, aanwezig zijn is je bewustzijn van wat zich in jou beweegt of wil bewegen en dit opmerken. Terecht merk je nu op dat het begint met opmerken. Weet wel dat dit dan is vanuit het perspectief van je mens-zijn. Dit in vergelijking tot het Ziel-Zijn.
We beantwoorden je vraag nu best cryptisch. Dit doen we bewust, opdat je zelf de verdieping in kunt vinden. In je volledige aanwezigheid WEET JE en voel je wat voor jou kloppend voelt. Precies, een gevoel kun je uitsluitend gewaaarzijn in het NU-moment, dus als je aanwezig bent in je Zijn.
Nog één ding, in hoeverre gaat aanwezigheid ook over opmerken wat er buiten mij beweegt?
Goede vraag, alert van je. Onbewust schreef je het antwoord al in je vraag. Opmerken wat zich buiten jou beweegt neigt naar afwezigheid. Immers, je aandacht ligt dan buiten jezelf. Zodra je opmerkt wat zich in jou beweegt op grond van iets wat zich buiten jou beweegt, gaat je aandacht daar naar toe. Het is dus de kunst om je bewust te zijn van wat zich in jou beweegt of wil bewegen en daarbij waar te nemen welke informatie je zintuigen geven zonder je te laten afleiden door je zintuigen. Afleiden maakt afwezig.
Let wel, je haalt er nu een ander element bij, namelijk aligned zijn; uitgelijnd en verbonden zijn met de aarde en de bron. Dan ben je echt aanwezig.